Col·lectiu Emma - Explaining Catalonia

Wednesday, 18 april 2018

Nederlands

Spanje onderdrukt het recht op demonstratie: Een haatdelict van elastiek

GROENE
11 april 2018 –
 
 
door Lex Rietman
 
Het misbruik van ‘haatdelicten’ door de Spaanse regering bij de bestrijding van het maatschappelijk protest in Catalonië is een gevaarlijke ontwikkeling. Zelfs wie een clownsneus op zet, kan in de gevangenis belanden.
 
Jordi Perelló (47) geloofde in de wet. ‘Ik dacht altijd dat ik in een sterke en gezonde democratie leefde, en dat Spanje een rechtsstaat was’, zegt hij. Tot een paar maanden geleden. Met een beetje pech kan hij nu tot vier jaar celstraf veroordeeld worden. In een café in de Zuid-Catalaanse stad Reus vertelt hij zijn verhaal.

Jordi is garagehouder. Hij repareert auto’s en motoren. Onder zijn klanten heeft hij ook enkele agenten van de Spaanse Nationale Politie. In de zomer van 2017 vraagt Jorge, een agent die belast is met het beheer van de dienstvoertuigen, of hij de motoren van zijn politiekorps wil gaan onderhouden. Dat wil Jordi wel.

Het levert flink wat werk op. Beide partijen zijn tevreden. Jordi verstaat zijn vak en het korps betaalt snel. In de werkplaats van Jordi hangen posters. ‘Wij zullen stemmen’ en ‘Ja!’ staat erop. Ze verwijzen naar het referendum over onafhankelijkheid dat Catalonië op 1 oktober wil houden. Het grondwettelijke hof heeft dat referendum op aandringen van de Spaanse regering verboden en Madrid wil de stembusgang koste wat het kost tegenhouden. De agenten weten hoe Jordi erover denkt, en Jordi weet hoe zíj erover denken. Als het gaat om de onafhankelijkheid van Catalonië en de eenheid van Spanje, zijn ze tegenpolen. Het staat een goede verstandhouding niet in de weg.

Soms maken ze grappen. Als het politiekorps op een keer te laat is met betalen, pakt Jordi de telefoon. ‘Spanje besteelt ons’, zegt hij tegen Jorge. Het is een oude kreet uit de radicale vleugel van de onafhankelijkheidsbeweging. Een kreet die in Catalonië al lang geleden in onbruik is geraakt, maar die in de Madrileense pers de laatste tijd juist veel wordt aangehaald om het Catalaanse separatisme te bekritiseren. Jorge moet lachen. ‘Hostia, qué cabrón!’ antwoordt hij. Verdomme wat ben jij een klootzak! Jorge is een goed mens, zegt Jordi. Aan hem zal het niet liggen.

Na 1 oktober, de dag van het referendum, houdt alles op. De politie brengt geen motoren meer naar de werkplaats. Maar Jordi heeft iets anders aan zijn hoofd. Hij is boos en verontwaardigd over het geweld van de Spaanse politie tegen de mensen die wilden stemmen bij het referendum. Meer dan duizend mensen moesten voor behandeling naar de eerstehulpdiensten. ‘Dat was een beestachtige aanval op onschuldige, vreedzame mensen. Er is geen enkele rechtvaardiging voor zo’n buitensporige wreedheid’, zegt Jordi. Hij is er een week lang ‘ziek en lusteloos’ van geweest.
Dan neemt hij een besluit: de Spaanse Nationale Politie en de Guardia Civil, verantwoordelijk voor het politiegeweld, hoeven bij hem niet meer aan te kloppen. Hij vermoedt dat Jorge dat aanvoelt en daarom geen politiemotoren meer naar zijn werkplaats stuurt.

Vier maanden later gaat de telefoon. Een vrouw die zich voorstelt als collega van Jorge en agente van de Nationale Politie, wil haar Seat Ibiza een onderhoudsbeurt laten geven. Jordi legt haar uit dat hij besloten heeft om uit weerzin tegen het politieoptreden van 1 oktober geen voertuigen meer te repareren van leden van de Nationale Politie en de Guardia Civil. Niks persoonlijks, een kwestie van principes.

Binnen een kwartier staan twee patrouilles voor de deur van zijn werkplaats. Hij wordt geïdentificeerd en nog geen week later staat Jordi Perelló voor de onderzoeksrechter. Zijn weigering om de auto van de agente te repareren komt hem duur te staan. Hij wordt beschuldigd van een ‘haatmisdrijf’. Daar staat in Spanje een gevangenisstraf op van één tot vier jaar.

Jordi Pesarrodona hangt dezelfde straf boven het hoofd. Op 20 september, kort voor het referendum, doet de Guardia Civil een inval bij verschillende departementen van de Catalaanse regioregering in Barcelona. Het leidt tot spontane protestbijeenkomsten voor de overheidsgebouwen waar de Guardia Civil op zoek is naar bewijzen tegen de organisatoren van de volksraadpleging. De protesten verlopen geweldloos.

Pesarrodona, clown en wethouder van cultuur in het plaatsje Sant Joan de Vilatorrada, is er ook bij. Hij zet zijn clownsneus op en post zich naast een agent van de Guardia Civil die de ingang bewaakt van het overheidsgebouw dat op dat moment door zijn collega’s doorzocht wordt. Het levert een foto op die snel furore maakt op de sociale media. De politieleiding en de minister van Binnenlandse Zaken kunnen er de humor niet van inzien. Het Openbaar Ministerie komt in actie en ook Pesarrodona wordt nu vervolgd wegens ‘haat’.

De Spaanse regering brengt aanklachten wegens ‘haatdelicten’ de laatste maanden veelvuldig in stelling tegen Catalaanse actievoerders en politici. Minister Juan Ignacio Zoido van Binnenlandse Zaken, een voormalige rechter uit Sevilla, opende zelfs een nieuw loket op de website van zijn ministerie. Burgers worden daarop uitgenodigd om aangifte te doen tegen medeburgers die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan deze delicten tegen de Spaanse politiekorpsen in Catalonië.

‘De regering zal niet rusten voordat iedereen die de veiligheidstroepen beledigt ervoor zal boeten’, bezwoer Zoido. Het lijkt een dreigement uit de donkere dagen van Franco, maar volgens de minister doet hij gewoon ‘wat vrije en democratische landen doen, waar de scheiding der machten en de rechtsstaat voorop staan’.
 
Maar waar ligt de grens tussen kritiek, belediging en aanzetten tot haat? Wat dit laatste vergrijp betreft, is het Spaanse Wetboek van Strafrecht helder. Het definieert haatdelicten als misdrijven die gepleegd worden door wie ‘aanzet tot haat, vijandigheid, discriminatie of geweld tegen groepen of personen om racistische, antisemitische of andere ideologische redenen, om hun religie, gezinssituatie, ras of land van herkomst, om hun geslacht of seksuele geaardheid en identiteit, ziekte of handicap’.

Minister Zoido vindt dat niet genoeg. Op het verklikloket van Binnenlandse Zaken wordt een zinsdeeltje toegevoegd aan de omschrijving van het misdrijf. Een vaag, maar veelbetekenend zinsdeeltje: ‘… of om welke andere sociale of persoonlijke omstandigheid ook’.

Het haatdelict is nu van elastiek geworden. Behalve de traditioneel gediscrimineerde, kwetsbare en vervolgde bevolkingsgroepen die de wetgever speciale bescherming wilde bieden, kan nu zelfs de regering of de Mobiele Eenheid vallen onder de slachtoffers van haatdelicten. Kritiek op de politie kan opeens geïnterpreteerd worden als een haatmisdrijf – zelfs milde, impliciete kritiek als het clownsneusje van Pesarrodona.

De klachten stromen binnen. Alleen al in de eerste helft van oktober 2017 behandelt het ministerie van Binnenlandse Zaken 125 aanklachten van ‘haatmisdrijven’ in Catalonië. Minister Zoido weet als voormalig rechter natuurlijk best dat zijn omschrijving van het misdrijf het Wetboek van Strafrecht te buiten gaat. Maar de boodschap van Zoido om het misdrijf ruim te interpreteren is aangekomen. Bij tal van rechtbanken in Catalonië lopen processen tegen burgers die zouden hebben aangezet tot haat tegen de Spaanse politie en autoriteiten.

‘Het misbruik van haatdelicten is zorgwekkend’, zegt strafrechtspecialist en advocaat Laia Serra. ‘Ze worden op een perverse manier gebruikt.’ Volgens Serra is dat een bijzonder gevaarlijke ontwikkeling, want de vrijheid van meningsuiting staat op het spel. Ook Amnesty International heeft zijn bezorgdheid daarover uitgesproken.

In een campagnetoespraak, kort voor de Catalaanse verkiezingen van december 2017, zei de Spaanse vicepremier Soraya Sáenz de Santamaría iets opmerkelijks. ‘Wie hebben ervoor gezorgd dat Republikeins Links, Samen voor Catalonië en de rest van de separatisten geen leiders meer hebben omdat ze onthoofd zijn?’ vroeg de nummer twee van premier Rajoy zich af. Voor de zekerheid gaf ze zelf maar meteen het juiste antwoord: ‘Mariano Rajoy en de PP!’

Sáenz de Santamaría had het over Oriol Junqueras, leider van de Catalaanse republikeinen, en over Carles Puigdemont, lijsttrekker van Samen voor Catalonië. Junqueras en Puigdemont waren na de onafhankelijkheidsverklaring van eind oktober door de regering in Madrid afgezet als vicepremier en premier van Catalonië, op grond van het omstreden grondwetsartikel 155. Kort daarop vluchtte Puigdemont naar België en werd Junqueras opgesloten in voorarrest.

De leiders van de twee grote onafhankelijkheidspartijen konden daardoor niet deelnemen aan de campagne voor de verkiezingen van 21 december. Ook de leiders van twee burgerbewegingen, Jordi Sànchez van de Catalaanse Nationale Assemblee (ANC) en Jordi Cuixart van de Òmnium Cultural, zaten al sinds 16 oktober in voorarrest. Was de gerechtelijke vervolging van de leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging te danken aan Rajoy en diens partij, de rechtse PP, zoals Sáenz de Santamaría beweerde? Dat zou een schending van de rechtsstaat inhouden. Want daarin is de scheiding der machten immers heilig. Volgens Rajoy en zijn ministers kan Spanje op dit punt de vergelijking doorstaan met de beste landen ter wereld. Ze herhalen het keer op keer: Spanje is een voorbeeldige rechtsstaat, de scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht wordt strikt nageleefd en de rechters zijn absoluut onafhankelijk. En vanzelfsprekend houden die rechters zich allemaal keurig aan de wet. Van politieke inmenging is geen sprake.
 
De voorbije maanden hebben aangetoond dat de werkelijkheid anders is. In de bestrijding van maatschappelijk protest vertoont Spanje steeds meer trekken van een autoritaire staat. De vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie staan onder druk. Sinds begin 2017 zijn twintigduizend mensen in Spanje bestraft omdat ze hun burgerrechten uitoefenden, heeft het Catalaanse Instituut voor Mensenrechten becijferd. Tegen meer dan duizend mensen loopt een strafrechtelijk onderzoek vanwege het referendum in Catalonië.

De straffen zijn niet misselijk. Sinds de invoering van de omstreden Wet op de burgerveiligheid in 2015, ook wel Muilkorfwet genoemd, staan op verschillende vormen van vreedzaam protest boetes van dertigduizend euro. Maar het blijft lang niet altijd bij geldboetes. Onlangs werden twee bekende rappers veroordeeld tot vier en drieënhalf jaar celstraf om hun teksten tegen het Spaanse koningshuis en ‘verheerlijking van het terrorisme’.

Dit laatste misdrijf wordt de laatste jaren wel heel gemakkelijk uit de kast gehaald, vindt de progressieve rechter Joaquim Bosch. ‘Het nationale hof werd in 1977 opgericht als speciale rechtbank om de moorden van gewapende bendes te berechten’, zegt hij. ‘Er is iets misgegaan als een derde van het terrorisme dat het nationale hof berecht, bestaat uit tweets, retweets, liedjes van rappers en grappen.’
 
Maar niets ligt zo gevoelig als de eenheid van Spanje. Die is heilig, zeker in conservatieve kringen. In de woorden van Carlos Lesmes, de uiterst conservatieve president van het hooggerechtshof en de Raad van de Rechterlijke Macht: ‘De onverbrekelijke eenheid van de Spaanse natie is het ultieme, essentiële en onwrikbare fundament van het recht.’

Lesmes sprak deze woorden in september 2017, bij de officiële opening van het juridische jaar. Aan de vooravond van het Catalaanse referendum legde de machtigste rechter van Spanje er zo nog even de nadruk op dat de nationale eenheid in de Spaanse rechtsorde het allerhoogste goed was. Belangrijker dan de rechtsstaat en belangrijker dan de democratie, als het erop aankomt.

Anderhalve maand later, na het referendum en de onafhankelijkheidsverklaring van oktober 2017, wordt de voltallige Catalaanse regering van Carles Puigdemont door Madrid afgezet en vervolgd voor rebellie en opruiing. Kamervoorzitter Carme Forcadell en de leden van het presidium van het parlement in Barcelona worden van dezelfde vergrijpen verdacht.

Het zijn uitzonderlijke misdrijven, de zwaarste in de Spaanse rechtsorde. Sinds de staatsgreeppoging van kolonel Tejero in februari 1981 is niemand in Spanje vervolgd voor rebellie. En de laatste keer dat opruiing uit de kast gehaald werd, was tijdens de dictatuur van generaal Franco. De verdachten hangen gevangenisstraffen boven het hoofd van dertig jaar. Maar hebben die misdrijven eigenlijk wel plaatsgevonden?

Nee, zeggen meer dan honderd Spaanse hoogleraren en universitaire docenten strafrecht. In een manifest noemen zij het een ‘ernstige vergissing’ om de gebeurtenissen van september en oktober in Catalonië aan te merken als rebellie. De reden is simpel: er is geen geweld gebruikt – wél door de Spaanse politie, maar zeker niet door de Catalaanse politici die van rebellie worden beschuldigd. En zonder geweld kan geen sprake zijn van rebellie. ‘Alleen door de strafrechtelijke legaliteit grof geweld aan te doen kun je volhouden dat de verdachten dit misdrijf gepleegd kunnen hebben’, schrijven de hoogleraren in hun manifest, dat trouwens opvallend weinig aandacht kreeg in de Spaanse media.

Van opruiing kan evenmin sprake zijn. Opruiing veronderstelt volgens de wet een ‘tumultueuze opstand’. Maar ook daarvoor zien de hoogleraren geen enkel bewijs in de stukken van het OM en de onderzoeksrechter. En er is nog een basisbeginsel van de rechtsstaat geschonden. De rechtbank die de zaken tegen de Catalaanse leiders behandelt – eerst het nationale hof, daarna het hooggerechtshof – is niet bevoegd. In dit geval is de bevoegde rechtbank het regionale hof in Barcelona, omdat de veronderstelde misdrijven in Catalonië hebben plaatsgevonden. Voor de hoogleraren is daarover geen discussie mogelijk. De argumenten waarmee de rechtbank in Madrid de zaken naar zich toetrekt zijn ‘een manipulatie die zelden vertoond is in gerechtelijke kringen’.

Wat is de zin daarvan? Het is een kwestie van politieke controle: hoe hoger de rechtbank, hoe steviger de greep van de dominante partijen op de samenstelling ervan. De rechtse Volkspartij (PP) heeft namelijk bevriende rechters op sleutelposities geplaatst in de top van de rechterlijke macht.

In internationale studies, zoals die van het Wereld Economisch Forum, scoort Spanje dan ook slechter dan Kenia of Botswana als het gaat om onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. En de Raad van Europa heeft herhaaldelijk harde kritiek geuit op de politisering van de Spaanse justitie. Aanbevelingen om die politieke invloed terug te dringen, worden niet door Spanje opgevolgd, stelt de raad in het jongste rapport van de Groep van Landen tegen Corruptie.

Vier Catalaanse leiders, Sànchez, Cuixart, ex-vicepremier Junqueras en ex-minister van Binnenlandse Zaken Joaquim Forn, zitten inmiddels al een half jaar in voorarrest. Onderzoeksrechter Pablo Llarena heeft de zaken tegen hen, Puigdemont en de andere leden van de afgezette Catalaanse regering onder zijn hoede. Hij moet hard zien te maken dat geweld gebruikt is bij het streven naar onafhankelijkheid. Anders vallen de beschuldigingen van rebellie en opruiing in duigen.

Llarena – ook hij staat bekend als zeer conservatief – erkent dat de verdachten en hun aanhangers in de straten geen fysiek geweld hebben gebruikt. Maar volgens hem is er een onderscheid tussen ‘geweld gebruiken’ en ‘gewelddadig handelen’. Voortbordurend op dit verschil komt hij tot een wonderlijke conclusie. De vreedzame protesten van 20 september in Barcelona zijn vergelijkbaar met ‘het nemen van gijzelaars door middel van schoten in de lucht’.

Dit is een impliciete verwijzing naar de staatsgreeppoging van 23 februari 1981, toen kolonel Tejero met zijn gewapende mannen van de Guardia Civil het parlement in Madrid bestormde. Tejero schoot zijn pistool leeg in het plafond, terwijl de parlementariërs doodsbang onder hun banken wegdoken. Ondertussen rolden de tanks van Tejero’s handlangers door de straten van Valencia. Wie de beelden van Tejero vergelijkt met die van de burgerprotesten van 20 september in Barcelona, ziet hoe geforceerd de poging van Llarena is om burgers die gebruikmaken van hun recht op demonstratie op één hoop te gooien met een militaire staatsgreep.

De onderzoeksrechter kan er niet omheen dat de Spaanse politie tijdens het referendum wél geweld heeft gebruikt. Maar dat is volgens Llarena de schuld van de mensen die wilden stemmen. Met hun vreedzame verzet tegen de inbeslagname van de stembussen ‘dwongen’ zij de politie namelijk tot gewelddadig ingrijpen. Dat is voor hem reden om de mensen die wilden stemmen als gewelddadig te bestempelen. Zo is er toch geweld gebruikt en kan hij de organisatoren van het referendum beschuldigen van rebellie.

De Duitse justitie ziet dat anders. Carles Puigdemont, eind maart opgepakt in Neumünster op grond van een Europees arrestatiebevel van Llarena, mag zich voorlopig vrij bewegen door Duitsland. Voor uitlevering wegens rebellie zien de Duitse rechters geen grond. Dat betekent dat Puigdemont in Spanje ook niet voor rebellie berecht kan worden. Hooguit voor misbruik van overheidsgeld, een veel minder zwaar vergrijp.

Het leidde tot woedende reacties bij de PP en Ciudadanos (Burgers), partijen die in een felle concurrentiestrijd verwikkeld zijn om de hardste opstelling tegen de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Ook de Spaanse media lieten zich niet onbetuigd. ‘In Beieren kunnen bierkelders gaan ontploffen’, dreigde de bekende radiopresentator en columnist Jiménez Losantos. ‘We moeten in actie komen!’ Hij herinnerde eraan dat op Mallorca ‘tweehonderdduizend Duitse gijzelaars’ wonen.
 


Very bad Bad Good Very good Excellent
carregant Loading




Lectures 597 visits   Send post Send


Col·lectiu Emma - Explaining Catalonia

Col·lectiu Emma is a network of Catalans and non-Catalans living in different countries who have made it their job to track and review news reports about Catalonia in the international media. Our goal is to ensure that the world's public opinion gets a fair picture of the country's reality today and in history.

We aim to be recognized as a trustworthy source of information and ideas about Catalonia from a Catalan point of view.
[More info]

quadre Traductor


quadre Newsletter

If you wish to receive our headlines by email, please subscribe.

E-mail

 
legal terms
In accordance with Law 34/2002, dated 11 July, regarding information services and electronic commerce and Law 15/1999, dated 13 December, regarding the protection of personal data, we inform you that if you don’t wish to receive our newsletter anymore, you can unsubscribe from our database by filling out this form:









quadre Hosted by

      Xarxa Digital Catalana

Col·lectiu Emma - Explaining Catalonia